a Zeede ( 4 )
| Ketier | = Kwartier. Wat pijnlijk woord voor Bergenaren. Hij zegt bijvoorbeeld: "Ik kom over 'n ketierke!" Hij bedoelt: "Ik zal proberen om misschien als het niet anders kan over half uur bij je te zijn, maar het kan ook iets later worde |
| Kiel | = Kiel. Blauwe boeren werkkiel van waarschijnlijk Kempische oorsprong, officiële dracht voor leden van de Stichting Vastenavend. |
| Krabbegat | = Aards Paradijs , stukje hemel op aarde, heilige grond waar de wortels der bewoners ongelooflijk diep gaan. |
| Kreukel | = Weekdiertje in slakkehuisje, maar bij ons: koosnaam voor de allerkleinste Krabbekes die 's nachts (als pa en ma aan het dweilen zijn) zalig dromen van de Peperbus. |
| Lengst | = Langs. Zo van: "Me gaan nog evekes bij Door lengst!" (Laat ons nog even Café Krijnen op de Dubbelstraat met een bezoek vereren.) |
| Leut | = Plezier, maar geen lol. (Heerlijk en overweldigend gevoel van binnen bij het zien van iets komisch tijdens de Vastenavond waardoor men een bezoek aan de toiletten maar moeilijk kan uitstellen.) |
| Maske | = Vermomming. Vroeger simpelweg een vitrage voor het gezicht, nu een gazen of rubber masker, het liefst met een lachende of gekke uitdrukking. Griezelmaskersbijvoorbeeld sorteren weinig effect. Maskers verhogen de leut voor zowel de drager als de toeschouwer. Essentieel attribuut voor een èchte dweil. |
| Meziekske | = Dweilbandje. Niet weg te denken onderdeel van het feest. Spelen Vastenavond-muziek in een rap tempo waardoor Bergenaren als vanzelf gaan bewegen. Bij Krabben zitten de oren namelijk in de knieën. |
| Mie d`n Os | = Legendarische eigenaresse van De Geit, wier beeltenis op het Bleekveld prijkt. Die van De Geit, niet van Mie. Zij kon destijds niet voorkomen dat haar huisdier achter de militaire muziekkapel aanliep en vervolgens lichamelijke schade opliep. Zo`n gebeurtenis was toen aanleiding voor een lied en dat lied werd het Vastenavondvolkslied. |
| Moesjanke | = Zeuren. Voornamelijk door kinderen die naar huis willen als pa en ma dat nog lang niet van plan zijn. Kan alleen onderdrukt worden door liters limonade en kilo`s snoepwaar. |
| Oeneer | = Wanneer. Bijvoorbeeld : moesjankende kinderen: "Oeneer gaan me nouw naar `uis?!" (Wanneer gaan we weer op huis aan?!) |
| 'Oedje | = Hoedje. Hoofddeksel, meestal van vrouwen, dat uitbundig versierd is met typisch Bergse attributen zoals: visnetten, krabben, souveniertjes, bloemen, aardbeien, asperges en ansjovis. |
| Perleeje | = Kletsen. Afkomstig van het Franse "parler" . Krabben, en dan vooral de èchte dweilen onder hen, kunnen dit urenlang volhouden, aan de toog, op straat of bij de toiletten, het maakt niet uit waar. |
| Pliesie | = Politie. Met Vastenavond is er slechts één erkende politionele gezagsdrager en dat is Steketee. Andere (gewone) agenten helpen achter de schermen om het feest in goede banen te leiden. |
| Sebiet | = Zodadelijk. Bijvoorbeeld in: "Ik kom sebiet." (Ik denk wel dat ik er zo aankom, maar of het ook lukt weet ik niet) (Zie ook: "ketier") |
| Sjaggerijn | = Verdriet, ellende. Akelig gevoel dat verjaagd wordt door de leut, al is het maar voor de duur van de Vastenavond. |
| Stiekske | = Elastiekje ter bevestiging van een masker. Doet wel eens pijn rond de oren, maar dit wordt ruimschoots goedgemaakt door het plezier dat men zichzelf èn anderen bereidt. |
| Tjeppe | = Met kunststof insmeren van een kleimal. Wordt gebruikt bij het maken van wagens en koppen. Zou een origineel, nieuw Bergs woord zijn. |
| Ukke | = Hurken. Bijvoorbeeld in: "Ga d`s op oew ukke zitte". (Neem de hurkhouding aan, wil je.) |
| Vaart | = Heimwee. Een ietwat wee gevoel dat zich meester maakt van Krabben in den vreemde, met name na 11 november als de Bergse wortels pijnlijk voelbaar worden. |
| Vastenavend | = niet te omschrijven gevoelsfeest dat (uiteraard) het beste in Bergen op Zoom gevierd wordt. |